Praktijk van klinisch psycholoog Rens Goethals in Gent

Sportpsychologie en therapie

Sport draait niet alleen om techniek, discipline of mentale weerbaarheid. Voor veel sporters wordt sport ook een plek waar iets wezenlijks op het spel staat. Presteren raakt dan niet alleen aan winnen of verliezen, maar ook aan erkenning, verlangen, falen en de verhouding tot het eigen lichaam.

Soms loopt een sporter vast op precies die momenten waarop het moet lukken. Wat eerst vanzelf ging, lukt plots niet meer. Je blokkeert, verkrampt, verliest timing of vertrouwen, of hebt het gevoel dat je lichaam niet meer doet wat je ervan verwacht.

Dat wordt vaak beschreven als prestatiedruk, choking, yips of blokkeren onder spanning. Maar zulke ervaringen zijn niet altijd louter een kwestie van focus of techniek. Soms tonen ze ook iets van hoe iemand zich verhoudt tot zijn lichaam, tot verwachtingen en tot wat er in sport op het spel staat.

In gesprek vertrekken we daarom niet alleen vanuit prestatie als doel, maar ook vanuit wat zich in die moeilijke momenten laat zien. Niet om alles onmiddellijk te corrigeren, maar om te onderzoeken wat zich herhaalt, waar het vastloopt en hoe dat voor jou betekenis krijgt.

Wanneer sport niet meer vanzelf gaat

Bij veel sporters is er een moment waarop het lichaam niet meer vanzelfsprekend meewerkt. Bewegingen voelen plots geforceerd of mechanisch aan. Wat vroeger automatisch ging, vraagt ineens bewuste inspanning. Het kan lijken alsof je jezelf in de weg zit.

Dat kan zich uiten in blokkeren, verstijven, paniek, verlies van balgevoel, choking under pressure of de zogenoemde yips. Het lichaam kan dan vreemd of onbetrouwbaar aanvoelen, alsof het zich gedeeltelijk aan jouw controle onttrekt.

Zo’n ervaring is vaak bijzonder ontregelend, zeker wanneer sport een belangrijke plaats inneemt in hoe je jezelf beleeft en in wat je van jezelf verwacht.

Lichaam, controle en prestatiedruk

In de klassieke sportpsychologie worden zulke moeilijkheden vaak begrepen als een probleem van focus, aandacht of bewuste controle. Onder druk zou de sporter te veel gaan nadenken over de uitvoering, waardoor geautomatiseerde bewegingen verstoord raken.

Zo’n benadering kan helpend zijn, maar schiet soms ook tekort. Want hoe meer iemand probeert om zijn lichaam opnieuw volledig onder controle te krijgen, hoe meer spanning er soms ontstaat. Dan wordt sport niet alleen bewegen, maar ook corrigeren, evalueren en jezelf voortdurend proberen te sturen.

In sport wordt het lichaam vaak behandeld als iets dat optimaal moet functioneren: trainbaar, controleerbaar en corrigeerbaar. Toch is de verhouding tot het lichaam nooit zo eenvoudig. Het lichaam draagt je, maar kan je ook tegenwerken. Het is vertrouwd, maar soms ook vreemd.

Sport is bovendien zelden alleen sport. Presteren raakt vaak aan verwachtingen, aan erkenning en aan de blik van coaches, publiek, tegenstanders of jezelf. Juist daarom kan falen zo hard binnenkomen: niet alleen omdat iets niet lukt, maar omdat het ook iets raakt in hoe je jezelf ziet.

Therapie, spreken en het onbewuste

Vanuit een psychoanalytische invalshoek ligt de inzet niet in méér controle, maar in een andere verhouding tot wat zich aan controle onttrekt. Niet elk symptoom moet meteen weggewerkt worden. Wat zich herhaalt als spanning, blokkade of falen kan ook iets tonen van waar het voor jou op scherp staat.

Daarom krijgt spreken een centrale plaats. Niet alleen om uit te leggen wat er gebeurt, maar omdat zich daarin iets van het onbewuste toont: in wat je herhaalt, waar woorden haperen, of waar je verrast wordt door wat je zelf zegt. Het onbewuste verschijnt niet buiten het spreken, maar precies in die breuken. Ook in sport kan een ogenschijnlijk technische moeilijkheid soms meer raken dan alleen techniek.

Therapie is dan geen plek om nieuwe controle op te leggen, maar om stil te staan bij wat zich aandient. Niet alles hoeft meteen verklaard of opgelost te worden. Spreken kan helpen om een andere verhouding te vinden tot spanning, falen en wat zich in het lichaam opdringt. Zo kan er een werkbaardere samenhang ontstaan tussen lichaam, betekenis en handelen, niet vanuit perfectie, maar vanuit een meer eigen manier om met die spanning om te gaan.

Wanneer aanmelden?

Therapie kan zinvol zijn wanneer je merkt dat prestatiedruk, blokkeren, choking, yips, spanning of faalangst blijft terugkomen, wanneer je lichaam op cruciale momenten niet meer vanzelf meewerkt, of wanneer sport steeds meer een plaats wordt van vastlopen in plaats van bewegen.

Ook wanneer je niet goed weet of je vraag onder sportpsychologie valt, maar wel voelt dat er in je sportbeleving iets op scherp staat, kan een eerste gesprek helpend zijn.